♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦♦

Jolanda Hengst is subhoofd op de somatische afdeling van Frankeland. De zorg op haar afdeling is voor bewoners met lichamelijke beperkingen, veroorzaakt door bijvoorbeeld een herseninfarct, een longaandoening of de ziekte van Parkinson. Op de afdeling wonen 34 mensen, waaronder een echtpaar op een zelfstandige kamer. Het volledige team bestaat uit achtendertig medewerkers*.

Samantha ’t Lam is hoofd van een aanleuncomplex en van twee verdiepingen van Vaartland. Op haar afdeling wonen 44 demente bewoners. Ongeveer de helft van de bewoners heeft een gedeelde huiskamer, waar ze onder meer kunnen eten en waar activiteiten zijn. De andere bewoners krijgen zorg op hun kamer. In het aanleuncomplex wonen vijf mensen. Voor de bewoners zijn 33 medewerkers* in touw.

Audry van Waart is afdelingshoofd van een de psychogeriatrische afdeling, een gesloten afdeling met 25 dementerende bewoners exclusief behandeling. De bewoners beschikken over twee huiskamers waar ze met elkaar kunnen zijn. De afdeling heeft een team van 27 medewerkers*.

* De medewerkers zijn verplegend verzorgers, verpleegkundigen, huishoudelijke dienst en gastvrouwen. Daarnaast kan de Frankelandgroep beroep doen op een grote groep vrijwilligers. Het verplegend personeel werkt in shifts van 8 uur in dag- avond- en nachtdiensten.

Leven in tijden van Corona

Wat is in deze coronatijd anders dan normaal voor bewoners en medewerkers van de Frankelandgroep? De redactie sprak met drie personeelsleden van zorgcentra Harg-Spaland en Frankeland in Schiedam en Vaartland in Vlaardingen.

We hebben het druk op een andere manier

Audry: “Zoals altijd draaien we drie diensten van acht uur gedurende dag, avond en nacht. Soms blijven we een uurtje langer om een taak af te ronden, maar de verhalen die je hoort in de media van collega’s in de zorg die diensten draaien van twaalf uur, maken wij gelukkig niet mee.”

Jolanda: “Het is anders druk en we werken op een andere manier dan normaal. Aan het einde van onze dienst zijn we weliswaar moe, maar niet uitgeput. Bij de Frankelandgroep is een goede bezetting van personeel.”

Samantha: “Door die corona werk ik meer op de vloer als verpleegkundige dan aan mijn bureau als afdelingshoofd.”

Audry: “Om anderhalve meter afstand te kunnen houden, zitten we met minder mensen op kantoor. Eén computer hebben we afgesloten. Ook op de vloer houden we als collega’s zoveel als mogelijk afstand van elkaar. We komen wel dichter bij de bewoners, maar niet meer dan nodig is.”

Jolanda: “Veel vaste vrijwilligers die mochten komen, hebben afgezegd omdat ze zelf tot de risicogroep behoren. Heel begrijpelijk. We vangen dit als team samen op. Met elkaar proberen we de bewoners een leuke invulling aan de dag te geven. Daarbij krijgen we ondersteuning van de activiteitenbegeleider. Die werkt nu voortdurend op de afdeling omdat de buiten- en groepsactiviteiten niet doorgaan.”

Afdeling of kamer als de wereld om je heen

Samantha: “De bewoners mogen niet van de afdeling af. Zo hadden we op de etages 5 en 6 in Vaartland een grote uitbraak waarbij 23 bewoners besmet zijn geraakt. Toen hebben we gezegd: we willen zo min mogelijk beweging in het huis; alleen medische noodzakelijke bewegingen zijn toegestaan.”

Jolanda: “Normaal gesproken loop je even naar de begane grond om andere collega’s te spreken of om te kijken naar een behandeling. De Frankelandgroep werkt immers intensief samen met zorgdisciplines, zoals fysiotherapie en ergotherapie. Maar omdat we door de coronacrisis aan de afdeling gebonden zijn, overleggen we nu telefonisch of per e-mail.”

Audry: “We wassen onze handen veel vaker dan normaal. Van de Frankelandgroep kregen we een handcrème om onze handen gezond te houden. En we dragen mondkapjes. Alleen tijdens de zorg hebben we handschoenen aan. Gelukkig hebben we geen zieke mensen op onze afdeling. De collega’s met coronazieken, hebben het zwaar. Behalve een mondkapje en handschoenen, is dan beschermende kleding nodig. Zo’n situatie vraagt de hele dag door veel denkwerk. Voor die collega’s heb ik groot respect.”

Was het mondkapje maar doorzichtig

Audry: “Al het personeel draagt de hele dag mondkapjes. Dat vraagt om een hele andere manier van communiceren.”

Jolanda: “Dat blauwe mondkapje maakt contact heel afstandelijk. Je moet alles in je stem leggen. Dat je blij bent bijvoorbeeld.”

Audry: “Door het mondkapje missen bewoners je gezellige gezicht bij je binnenkomst. Ze zien geen glimlach. We proberen onze ogen meer te laten spreken. En we laten ons gelach horen. Het is soms best inspannend om daar rekening mee te houden. Doorzichtige mondkapjes zouden een uitkomst zijn.”

Rustig opstaan

Jolanda: “De dag begint een stuk rustiger dan normaal. Normaal gesproken hebben onze bewoners een overvolle agenda. De druk om niet te laat op het ontbijt of een afspraak te zijn, is weggevallen. Dat is voor veel bewoners wel lekker eigenlijk. De bewoners slapen wat uit, we helpen ze rustig met wassen en aankleden.”

Samantha: “Sommige mensen missen hun dagelijks structuur van even naar beneden gaan en eten in het restaurant. Die zitten nu de hele dag op hun kamer. Voor de mensen met een gedeelde huiskamer geldt dat minder. Die hebben elkaar om op terug te vallen.”

Videobellen en zwaaien naar familie

Jolanda: “Normaal gesproken krijgen de bewoners veel bezoek. Sommige kinderen zijn heel nauw betrokken en kwamen iedere dag. Veel partners van onze bewoners aten ’s avonds mee. Voor hen en voor de bewoners is dat een enorm gemis.”

Samantha: “We hebben alle familieleden persoonlijk gebeld. Die zijn meelevend en begrijpen de situatie. Een dochter heeft haar vader in huis genomen totdat bij ons de deuren weer open gaan.”

Jolanda: “Het is mooi dat je in deze tijd een middel kunt gebruiken als videobellen. Dat doen we nu heel vaak en telefoneren natuurlijk ook. De familie belt ons op wanneer ze buiten het gebouw staan. Dan lopen wij met de mensen naar raam of het balkon om te zwaaien. Soms zit iemand niet zo lekker in zijn vel en wil dan niet mee naar het raam. Dat soort momenten vind ik best moeilijk. Maar meestal zie je bij de mensen berusting in de situatie.”

Samantha: “Sinds de eerste persconferentie van de overheid op 16 maart heb ik geïsoleerd geleefd en heb ik niet meer afgesproken met familie.”

Jolanda: “Wij hebben onze eigen contacten met familie op een zo laag mogelijk pitje gezet om de bewoners zo veilig mogelijk te kunnen helpen. Mijn ouders heb ik half februari voor het laatst gezien.”

Audry: Mijn oma is 100 jaar. Mijn familie en ik zien haar sinds half maart niet meer. Dat is moeilijk voor ons en voor haar; oma snapt het ook niet altijd even goed. Ik ben wel voorstander van een lichte versoepeling als dat de kwaliteit van leven kan bevorderen.”

Jolanda: “Over het algemeen zijn de bewoners nuchter over de situatie: ze begrijpen heel goed waarom de maatgelen noodzakelijk zijn. Maar we zien ook wel meer eenzaamheid. Zo zijn sommige bewoners zoekende en vaker verward. Ze zeggen: ‘Ik heb die muren nu wel gezien en vaak genoeg geteld”. In de media lezen we over schrijnende situaties van dierbaren die achteruitgaan. Je hoort in de media ook verhalen over ouderen die het geen probleem zouden vinden om misschien te sterven aan corona. Maar onze bewoners heb ik dat niet horen zeggen. Natuurlijk zouden veel bewoners en familie versoepeling van maatregelen willen; dat begrijp ik goed. Maar als we het virus binnenhalen, dan moeten wij er wel staan als verzorgend personeel. Dan zijn ook wij en ons gezin thuis niet veilig meer.”

Audry: “Veel bewoners en familie zijn blij met het videobellen; dat doen we vaak. Een echtgenoot schreef een brief die we voorlezen wanneer zijn partner onrustig wordt. Een bewoonster had haar kleding in plastic zakken gestopt en zei: “Geef me een mondkapje! Dan mag ik net als jullie naar beneden en ga ik naar mijn dochter”. Om haar te kalmeren hebben wij op haar ingepraat en haar dochter deed dat telefonisch. Dat is best verschrikkelijk.”

Krullen zetten met de Carmenset

Jolanda: “Bepaalde activiteiten zijn weggevallen, zoals de kookgroep en uitstapjes.”

Audry: “De bewoners kunnen niet meer naar de kapper voor een watergolfje, de pedicure en de tandarts komt niet meer langs. Soms kunnen we een alternatief bedenken. Zo heeft een verpleegster haar Carmenset meegenomen waarmee ze bij een paar bewoners krullen zet. En een teamlid die kapster is, neemt zo nu en dan de schaar ter hand.”

Samantha: “Met activiteiten en veel afleiding proberen we de dag zo mooi mogelijk te maken. We hebben gastvrouwen op de huiskamer van 8 uur in de ochtend tot 9 uur in de avond. Die lezen boeken of kranten voor en helpen de mensen met puzzels en breien.”

Audry: ”De krant is een hot item. Iedere ochtend worden een paar lokale en landelijke artikelen voorgelezen uit het Algemeen Dagblad. Die geven aanleiding tot gesprekken. En samen worden de woordpuzzels opgelost. Met de koffie kijkt een aantal bewoners naar Koffietijd op RTL4. Aan tafel doen we ook wel bewegingsoefeningen: je vingers bewegen of rollen met de schouders.”

Jolanda: “De mensen bewegen graag. Dat gaat heel goed in de deuropening van hun kamer. De bewoners bewegen dan samen bij Doctor Beat, een speciaal beweegprogramma voor mensen met de ziekte van Parkinson. Maar we draaien net zo goed de Rolling Stones of andere muziek van Spotify die ze maar horen willen. We zien soms spontaan een danspartijtje ontstaan.”

Samantha: “Bij de locaties van de Frankelandgroep zijn vaak optredens buiten. Vanaf balkon of bij het raam luisteren de bewoners naar DJ Sjaak of muzikanten. Meezingers zijn natuurlijk ‘Als de lente komt dan stuur ik jou tulpen uit Amsterdam’ en ‘Langs het tuinpad van mijn vader’.”

Audrey: “Aan de gangleuning hebben we foto’s opgehangen van bijvoorbeeld prinses Amalia. Over zo’n foto hebben we dan een gesprekje met een bewoner. Na het eten gaan veel bewoners even slapen. ‘s Middags hebben we op de huiskamer activiteiten, zoals bloemschikken, sjoelen, pannenkoeken bakken of ansichtkaart kleuren voor de familie. Ook kijken veel bewoners graag naar Kees Mees, Netflix of naar concerten van Andre Rieu.”

We doen het samen

Samantha: “Ik zit nu even thuis met milde coronaklachten. Dagelijks heb ik contact met de Frankelandgroep. Mijn directe collega’s tot en met zelfs directeur Ben de Koning vragen hoe het gaat. De collegialiteit bij de Frankelandgroep is groot. Dat was het al, maar is nu nog sterker geworden. Het voelt als een familie die naar je omkijkt.”

Jolanda: “We doen het samen, als team; dat wordt ook uitgedragen door directie en bestuur. Zo krijgen de medewerkers iedere week een attentie van de Frankelandgroep, bijvoorbeeld bloemen of een grote reep chocolade. Daar zitten briefjes bij met teksten als: ‘Fijn dat jullie er zijn’ en ‘Jullie zijn toppers’.”

Audry: “We doen het allemaal samen en dat voelt goed. Ons team ontvangt de leuke attenties met enthousiasme: het is een hart onder de riem.”