EUROMAST - COMEBACK VAN
DE EUROMAST
Uitstraling Euromast
sluit weer aan bij uitzicht.
De Euromast
was na de bouw in 1960 dertig jaar dé attractie van Rotterdam. Maar de
markante toren van architect Hugh Maaskant verpauperde, terwijl de
havenstad tot wasdom kwam. Nieuwe eigenaren besloten in 2003 tot een
ingrijpende facelift. De Euromast is terug van weggeweest.
Het succes van
publieke gebouwen hangt af het management. Ook al zetten architect,
aannemer en schilder een prachtig object neer, op termijn valt of staat
de kracht van hun werk met de eigenaren en hun beleid. De gebroeders
Tieleman van de Hotel New York Groep, sinds 2003 eigenaar van de
Euromast, hebben dat begrepen. De Euromast, die alleen nog in trek was
bij ‘uitzichttoeristen’, kreeg een complete metamorfose. Het interieur,
het serviesgoed, de kleding van het personeel, het logo, de horeca, het
automatiseringssysteem en zelfs de bedrijfscultuur: het ging allemaal op
de schop.
Jan des
Bouvrie
Om de Euromast weer op de kaart te krijgen, kozen de nieuwe eigenaren
voor Jan des Bouvrie. Hij tekende voor het interieurontwerp, terwijl
stylist Stef Bakker de finishing touch verzorgde. Met de keuze van Des
Bouvrie verzekerden de gebroeders Tieleman zich van de aandacht van
media en publiek. Ze vroegen de interieurontwerper slechts aan één
voorwaarde te voldoen: laat het uitzicht centraal staan. Voor de rest
kreeg hij carte blanche. Des Bouvrie
nam de opdracht heel letterlijk. Hij keerde verschillende vertrekken in
de toren naar buiten, zoals de ontvangsthal, een vergaderzaal, de
brasserie en twee hotelsuites. Op elke plek
is de bezoeker zich daardoor bewust van het panorama en de soms
duizelingwekkende hoogte. Het vergezicht is in beleving ademstokkend
dichtbij. De wit geschilderde wanden, de witte formica tafels, de
kraakwitte skaileren zitmeubelen en de Panga Panga vloer: het staat in
dienst van de levende film buiten.
Regulier
onderhoud
De nieuwe eigenaren en hun management kozen bewust voor een grondige
facelift. De Euromast was in een neerwaartse spiraal gekomen door een
dalende omzet en daaruit voortkomende bezuinigingen. Volgens
filiaalmanager Robert-Jan Pieke kon alleen een nieuwe impuls de Euromast
uit de spiraal halen. Piek: ‘De gebroeders Tieleman hebben het roer
rigoureus omgegooid. De investering van een anderhalf miljoen euro
verdienen we niet terug met een prijsverhoging, maar door volumetoename.
Wil je bruisend middelpunt zijn, dan moeten de deuren zeven dagen per
week open staan. Van de ochtend tot in de late avond.’
De nieuwe
uitbaters zijn zich ook terdege bewust van het belang van onderhoud.
Piek: ’De investering houdt niet op na de verbouwing. Vooral dit witte
interieur vraagt om regulier onderhoud. Een enkele streep op een muur of
een stukje afgetikte verf van een deur valt nog niet op. Maar al snel
hol je achter de feiten aan. In het slechtste geval moet het bedrijf na
een jaar een week dicht waardoor je omzet mist. Daarom loopt hier na
sluitingstijd een schilder rond die alle beschadigingen direct
wegwerkt.’
‘De
verflagen waren nog die van mijn vader’
Aannemer Northwood Bouw BV heeft het binnenschilderwerk uitbesteed aan
schildersbedrijf M. J. van IJzerloo Rotterdam b.v. ‘Met deze aannemer
werken we al jarenlang samen,’ vertelt directeur Poleij. ‘Northwood
Bouw heeft ook vaste partners in andere afbouwdisciplines. Onderling
zijn we op elkaar ingespeeld. Heb je dat niet, dan loopt een project als
de Euromast altijd uit de hand. De klus moest in zes weken door iedereen
zijn geklaard. Dat betekent dat er iedere dag zo’n vijftig man rondloopt
aan timmerlieden, elektriciens, vloerenleggers en schilders. Ken je
elkaar niet, dan loop je elkaar eerder in de weg.’ ‘Omdat alles
in gebroken wit en zwart moest uitgevoerd, was het niet moeilijk. Een
verbouwing was hoog tijd. De verflagen waren nog die van mijn vader die
het in 1960 heeft geschilderd.’
HUGO
MAASKANT
Hugh Maaskant (1907-1977), beeldbepalende architect van de wederopbouw,
bouwt in 1960 de Euromast voor de Rotterdammer en zijn familie. In de
groeiende consumptiemaatschappij is de mast een van de eerste gebouwen
bedoeld voor massatoerisme. Het uitzicht bij kraakheldere atmosfeer
reikt tot dertig kilometer over de stad en de haven. Bewust bouwt
Maaskant de toren tot een hoogte waarop Rotterdammers in
speldenknopformaat nog zijn te volgen. In de jaren na
de wederopbouw is de realisering van zijn ontwerp een staaltje bouwkunst
van de bovenste plank. De afwerking daargelaten, weet aannemer Van
Eesteren de klus in 23 dagen te klaren. Voor het tegenwicht van de
bovengrondse constructie, rust op een fundering van 131 betonpalen een
blok beton van 1.900.000 kilo. Daarop is een 104 meter hoge bekisting
gebouwd waarin meters beton zijn gestort, laag voor laag gehard. De
staalconstructie van het restaurant weegt 240 ton. Deze constructie is
aan de voet van de toren samengebouwd en in zijn geheel door aannemer
Werkspoor uit Amsterdam in 15 centimeter per kwartier naar boven
gehesen. Om de hoogte van oprukkende gebouwen in de omgeving te
evenaren, wordt in 1970 met een 145 meter hoge hijskraan de 85 meter
lange Space Tower op de mast geplaatst met een draaiende lift van glas.